Dendermonde

Gildenreuzen

Gildereuzen

Gildenreuzen van Dendermonde

Indiaan

Sint-Sebastiaans gilde

Goliath

Sint-Joris gilde

Mars

Sint-Andries gilde

Over het ontstaan van de reuzen en over de invloeden die hebben meegewerkt om ze een volwaardige plaats in onze folklore te bezorgen, is reeds veel geschreven. Uit de geschiedkundige bronnen kunnen wij met vrij grote zekerheid afleiden dat de Dendermondse schuttersgilden veel vroeger in optochten en ommegangen verschenen dan dit het geval was met de Reuzen. Dit is begrijpelijk: in de hoge middeleeuwen hadden de processies een louter geestelijk karakter; pas later werden zij het conglomeraat van godsdienstige en profane elementen en mondden ten slotte uit in een splitsing van kerkelijke processies enerzijds en historische en folkloristische ommegangen anderzijds.
Reeds in het laatste kwart van de XIVe eeuw bestond de gewoonte dat de schuttersgilden deel uitmaakten van de drie processies die hier jaarlijks werden gehouden, te weten op Sacramentsdag (9 juni), op O.-L.-Vrouw-Hemelvaart (15 augustus) en op de dag der Kerkwijding (29 augustus).
Volgens een stadsrekening van 1377 was de Sint-Jorisgilde er toen reeds in vertegenwoordigd; ze kreeg het voorrecht het beeld van O.-L.-Vrouw van Troost te mogen dragen. Vanaf 1458 voegde zij aan de ommegangen een groep toe, die Sint-Joris met de draak voorstelde.
De gilde van Sint-Sebastiaan verscheen voor het eerst in deze processies in het jaar 1415. Sinds het einde van de XIVe eeuw gingen de schuttersgilden geregeld mee in processies van de naburige parochies van Sint-Gillis (-binnen) en Lebbeke - een gewoonte die trouwens wederkerig was.
Pas omstreeks het midden van de XVe eeuw, tijdens de regering van Filips de Goede, verschenen ook de Reuzen definitief in de ommegangen en volksfeesten. Soms echter klimt hun bestaan veel hoger op. Volgens G. Piot waren er in Dendermonde reeds reuzen bekend sinds het einde van de XIIIe eeuw.
In een ommegang van 1405 zouden enkele reuzen mee hebben opgestapt, elke reus voorafgegaan door een speciale speelman. Wegens het verlies van het grootste deel van het Dendermondse archief in de brand van 1914, is het echter onmogelijk de juistheid van deze bewering te achterhalen.
In 1468 gaf de stadsmagistraat het bevel een reus te maken; hij vond immers dat een reus een onmisbaar onderdeel was van de ommegang. Het hoofd van die reus werd in 1521 vernieuwd door Jan Verloo en verguld door een schilder, Balten of Boudewijn genaamd. En inderdaad, in een stadsrekening van 1522 staat vermeld dat een bepaald bedrag werd betaald aan Rogier de Wilde, met ene quene voor den reuse spelende. Deze reus werd trouwens als reus Balduin vermeld in een ommegang van 1480. In 1547 werd aan deze reus een `jonck reusken' toegevoegd. In een ommegang van 1559 is er sprake van `de afgod Mars en zijn vier lakeien'. Waarschijnlijk gaat het hier om een eerste versie van onze beroemde reus Mars.
In het Stedelijk Museum worden het hoofd en de twee armen van een reus bewaard; opvallend is de gelijkenis ervan met die van de huidige Mars.
Op het einde van de XVIe eeuw, na de Spaanse troebelen, komen de reuzen en 'Mars' weer voor in de ommegang. Om welke reuzen het hier gaat, is niet uit te maken. Het is waarschijnlijk in de XVIIe eeuw dat 'De Boogschutter' (Goliath) en de 'Indiaan' de reeks kwamen vervolledigen. Het is zeer moeilijk te achterhalen wanneer precies de band ontstaan is tussen de reuzen en de schuttersgilden; mogelijk zijn de drie 'grote mannen' door de gilden zelf vervaardigd.
In elk geval is men sinds het begin der XVIIIe eeuw vertrouwd geraakt met het typische beeld van de ommegang, waarbij de Sint-Jorisgilde werd voorafgegaan door Goliath, de Sint-Sebastiaangilde door de Indiaan, en de Sint-Andriesgilde door Mars.
Wat de Dendermondse reuzen zo beroemd heeft gemaakt, is niet alleen hun prachtige bouw en kunstige versiering, maar tevens het feit dat zij bij ommegangen en schuttersfeesten werkelijk dansen. Gewoonlijk werden zij bij hun dans begeleid door de respectieve gildeliederen. Jammer genoeg is er van de Dendermondse gildeliederen niet zo veel bewaard. Het lied van de gilde van Sint-Andries is verloren gegaan. De Sint-Jorisgilde had geen eigen liederen en wanneer die met haar reus in de ommegang ging, werd het reuzenlied gezongen. De melodie bestaat uit een thema en verschillende uitbreidingen, die in 1868 door Clemens Wytsman werden uitgegeven. Florimont Van Duyse heeft het thema geharmoniseerd.
Van het lied der Sint-Sebastiaangilde is de oorspronkelijke tekst verloren gegaan. De melodie van het refrein bleef echter bewaard en zou dateren uit de XVIIe eeuw.
Ter gelegenheid van de inhuldiging van het vaandel - aan de gilde geschonken door Filips, Graaf van Vlaanderen - heeft Emmanuel Hiel in 1856 nieuwe verzen gedicht. Clemens Wytsman harmoniseerde het XVIIe-eeuwse refrein en heeft de strofen getoonzet.
Uit de ommegang van 1754 zijn ook de spotliederen op de drie reuzen en hun respectievelijke gilde bewaard gebleven.
In de ommegangen die sinds de XVIIIe eeuw tot op onze dagen werden gehouden, verschenen de drie 'Grote Mannen' steeds op het appél, vergezeld van hun overeenkomstige schuttersgilde, zelfs na de Franse Revolutie, toen de gilden werden ontbonden.
Voor de Sint-Sebastiaansgilde met reus Indiaan is dit begrijpelijk, omdat zij immers in het begin van de XIXe eeuw werd heropgericht.
Maar ook rond Goliath en Mars zijn zich kruisboog- en busschieters blijven verzamelen, ongetwijfeld in de hoop dat ook zij eens opnieuw een volwaardige schuttersgilde zouden vormen.
Elk jaar opnieuw kan men de drie gildereuzen Indaan, Mars en Goliath bewonderen in de middeleeuwse reuzenommegang, de donderdag na de vierde zondag van augustus. Zij worden omringd door meer dan 600 middeleeuwse gekostumeerde figuranten.

 

 

 

 

 

Thursday, 23 February 2012

Design by ibishost.eu